Bron:
– https://www.openluchtmuseum.nl/
– https://www.geldersarchief.nl/
Het Rijksmuseum voor Volkskunde oftewel “Het Nederlands Openluchtmuseum” wordt als “Vereeniging” opgericht in 1912. Het museum wordt in 1918 geopend en 1941 wordt het een Rijksmuseum. Initiatiefnemer F. A. Hoefer – op het idee gebracht door een bezoek aan het Frilandsmuseum Sorgenfri te Lyngby bij Kopenhagen – krijgt ook zijn neef Baron van Heemstra (burgemeester van Arnhem) enthousiast … ze vinden een stuk grond van 28 hectare in erfpacht en de basis voor een volkenkundig openluchtmuseum is gelegd.
Even ter info:
“In september 1944 willen de geallieerden de Tweede Wereldoorlog zo snel mogelijk beëindigen met operatie Market Garden. Ze slagen er niet in om de brug over te Rijn te behouden en er wordt een evacuatiebevel door de Duitse autoriteiten uitgeroepen. Veel inwoners trekken naar het noorden en oosten van het land. Ongeveer 600 Arnhemmers blijven liever dicht bij huis en kiezen het Openluchtmuseum, dat net buiten het te evacueren gebied valt, als tijdelijke verblijfplaats. Een koude en tochtige huisvesting die het museum een bijzonder stukje geschiedenis geeft. Het museum is voor even ‘gesloten wegens bewoning’. “
Van 18 oktober t/m 3 november herbeleef je dit historische verhaal over de Tweede Wereldoorlog in het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem. Ontdek tijdens de lichtwandeling ‘Uitgelicht’ door indrukwekkende lichtprojecties, geluidseffecten en verlichte paden hoe Arnhemse evacués hier tijdens de oorlog woonden.
Ik moet er nog even over nadenken want het betekent dat ik óf in het donker moet autorijden óf ’s avonds met 2 bussen over straat moet!
Vandaag hou ik het even bij de “Groene Route“.
Een wandeling die deels een oud pad volgt dat nog stamt uit de tijd van landgoed de Waterberg. Dit is het landgoed waar het Nederlands Openluchtmuseum is gevestigd in 1912.
Door grote hoogteverschillen is het wandelpad voor een rolstoelgebruiker helaas niet goed toegankelijk.”

Ik ben al zo vaak in dit openluchtmuseum geweest – nog met manlief (en dat is dus best al lang geleden), voor een kerst-/winterfair, of alleen om het speciale bier te kopen voor “in bier gestoofd konijn”, met kleinkinderen, date-afspraken en heel veel alleen – dat ik bijna zelf wel een rondleiding kan geven. Misschien dat deze “groene route” me ook weer eens een andere kijk op het museum geeft. Ik kies nog wel steeds voor wat veiligheid met wandelen – de duizeligheid is nog niet echt weg – er staan genoeg bankjes en stoeltjes.
Bij binnenkomst wordt je direct richting de tramhalte geleid. Die steek je over en links van de Westerstraat (Jordaan) ga je dan het bos in waar het 1e groene paaltje staat.



“Hier begint de rechte weg naar boven” … staat er bij de QR-code. “Vroeger ook wel “échappée” – doorzicht of brandgang – genoemd.” Het is inderdaad een mooi doorzicht over een pad waar je gaat klimmen en dalen. Leuk om het museum nu eens van deze kant te bekijken.



Meteen verliefd ben ik op de iets verder gelegen bejaardenwoning uit het Beuningen van ca. 1700. Mooi ook zoals dat riet gevlochten is. Een zogenaamd “los hoes” met vee en huishouden in 1 ruimte (verdere uitleg zie foto).


Anekdote:
Bij de opening va het Openluchtmuseum in 1918 stond er een ander los hoes maar helaas vloog dat in brand toen de fotograaf bij het maken van een binnenopname bij het flitsen gebruikt maakte van magnesiumpoeder. Met veel moeite werd een 2e los hoes verkregen.
Na een stukje naar beneden gelopen te hebben maak ik even een uittapje naar de “Bakspieker” … ik ken het vanuit Drenthe als het bakhuus.





Loop ik even door naar het Vinkenbaanhuisje – wat mij absoluut niets zegt …



… en gaat de route verder naar een grote vijver die als enig doel heeft, het landschap te verfraaien. De eik die over het beekje ligt, is omgewaaid tijdens de orkaan van 1990 en heet “De Gaaymanseik”. Vernoemd naar de familie Gaaymans die eigenaar van het landgoed is van 1763 – 1825. De vijver eindigt in een beekje dat naar de grote weide loopt, waar het water in de grond wegzakt.



Iets verder aan de rand van de grote weide staat de majestueuze stellingmolen uit Delft. Dat ie overal bovenuit steekt is logisch … “stellingmolens zijn bestemd om tussen gebouwen en huizen in te staan. Om op zo’n plek een beetje wind te vangen móet je wel overal bovenuit steken. Deze molen maalt meer dan 200 jaar het graan voor de bakkers in Delft. Vaak van eigenaar gewisseld. Eerst heet deze windkorenmolen “De Slickmolen”, sinds 1807 “Het Fortuin”. In 1883 krijgt de molen nieuwe buren; de Fransch-Hollandsche Oliefabrieken Calvé. Die buren groeien hard en in 1917 moet Het Fortuin wijken voor uitbreiding.”



In de molen is een kleine tentoonstelling over de oorlogsevacuees tijdens de slag om Arnhem. Interessant genoeg om er ook hier iets over te plaatsen. Heb een klein videootje in elkaar gezet van wat fragmenten.



De route kruist de hoofdlaan van het landgoed en dan sta je al snel voor de witte boerderij – gebouwd in 1825 – waar het hele Openluchtmuseum omheen gebouwd is. Achter de boerderij wordt in 1857 een tweede gebouw – dienstdoend als dubbele arbeiderswoning – opgetrokken. Gesticht en verpacht door de familie Gaaymans.



Pal er achter staat een pand dat hier in 1923 gebouwd is en dat rijk is ingericht als de “Hindelooperkamer” …
“In 1889 wordt met ‘de Hindelooper kamer’ op de Parijse Wereldtentoonstelling gepronkt als hét visitekaartje van de Nederlandse identiteit – pronken met pronk dus eigenlijk.”
Reconstructie, hier gebouwd in 1923. Interieur: 18e eeuw.





We gaan de kruidentuin in waar de waarschuwing bij staat dat planten en delen van planten giftig kunnen zijn. Handen thuis dus.





Voordat je het bos ingaat, steek je nog even vanaf de kruidentuin de tramrails over voor een uitstapje naar de kaasfabriek Freia die helaas niet meer is wat hij ooit was. Lang geleden maken en verkopen ze hier namelijk nog kaas. Echt lekkere kaas. Tegenwoordig is er alleen nog een stoommachine te zien en wat gebruiksvoorwerpen voor het maken van kaas en karnemelk.
“In 1879 is de gloednieuwe kaas- en roomboterfabriek ‘Freia’ van Mindert Bokma de Boer revolutionair. Om te beginnen gebeurt de productie van kaas en boter tot dan toe op de boerderij. De komst van de fabriek betekent dus een grote verandering voor veel boeren in de omgeving. Daarbovenop is Freia een hypermoderne, hygiënische stoomzuivelfabriek. De stoom levert niet alleen kracht voor de machines, maar ook warmte voor het pasteuriseren van de melk, voor het reinigen en ontsmetten en voor de verwarming in de fabriek. Freia groeit uit tot één van de grootste zuivelfabrieken van de regio. Toch komt eind jaren 60 de eens vooruitstrevende Freia niet meer met de tijd mee. Bovendien stagneert de melktoevoer door sanering van de sector. In 1969 sluiten de deuren.
1879. Hier geplaatst in 1992. Interieur: 1910.“



Terug naar de route. Een lang meanderend pad door het bos dat uitkomt bij een nieuw gedeelte. Doorzonwoningen! Grote interesse zo te zien. Druk met groepen en mensen die uitleg geven. Ook is er een recreatiehoek met een stacaravan uit 1969, een kampeerhuisje uit 1951 en een vakantiehuisje uit 1936. Er lopen me teveel mensen in en uit. Verder info heb ik dus niet. Ik loop door … het wordt sowieso overal al drukker.





En dan is daar de boerderij uit Giethoorn mét de beroemde brug. Laat dit nou de trap zijn die gebruikt is in de film Fanfare van Bert Haanstra uit 1958. Er is een alternatief met een lage brug maar ik ga voor de foto …




en dan leidt de weg me uiteindelijk naar de laatste boerderij … een boerderij met potstal uit Staphorst.
Wat is een potstal?
“Een verlaagd stuk vloer in de stal waar vroeger de dieren op het stro stonden of lagen … dus een stal waarin de mest wordt opgepot. Op gezette tijden wordt de mest bedekt met een nieuwe laag strooisel. Door deze manier van werken komt het vee steeds hoger te staan. Als het mengsel van mest en stro een bepaalde hoogte heeft bereikt, wordt de stal geleegd. De ondertussen goed aangestampte en gerijpte mest wordt verspreid over de akkers.“
Een vrouwtje in klederdracht is bezig met Staphorster stipwerk. Mij zeer bekend want ik kan me nog goed herinneren dat ik in de jaren ’70 (ik woonde vlakbij Staphorst) iedereen – na een workshop hierover – een pollepel of klomp met zelfgemaakte Staphorster stipwerk gaf. 😂😂



Het is het eind van de groene route … wat nu? Eigenlijk is hij wel heel kort … krap 3 km. Nog even naar het “Zaanse” gedeelte voor een kopje koffie … wat friet wordt! En na nog een kijkje te hebben genomen bij een Chinees uit de jaren ’60 mét sigarettenautomaat – wat kan ik me deze inrichting nog goed herinneren – …






verlaat ik het museum en ga ik richting auto.
In totaal ruim 4 km gelopen. Niet veel maar ben er moe van.
We gaan voor de zoveelste keer maar weer proberen kilometers op te bouwen … moet ik wel wat regelmatiger gaan lopen.
