Om 10 uur arriveer ik op de al behoorlijk gevulde parkeerplaats naast het stadje … een TOPpunt (een Toeristisch Overstap Punt) en loop ik na een paar honderd meter (280 om precies te zijn) het stadje in.





Direct rechts … eerst maar naar de Joodse begraafplaats.





De kleine Joodse begraafplaats in het stadje Bronkhorst ligt aan het Maneveld en bestaat al sinds 1859. De eerste persoon van de Joodse gemeenschap die daar begraven is, is Nathan Mansfeld. Voor zover bekend vond de laatste begraving plaats in 1963. Er staan in totaal 17 zerken op de begraafplaats. Ook vindt u er een gemetseld lijkhuisje. De begraafplaats in z’n geheel is een rijksmonument. Omdat de Joodse gemeenschap na de Tweede Wereldoorlog niet meer in staat was het beheer van de begraafplaats te verzorgen, heeft de gemeente in 1968 besloten dit op zich te nemen.
En weer terug langs Herberg de Gouden Leeuw waar ik zoveel uur heb rondgehangen … vaak ook om vergaderingen uit te werken. Het was toen nog erg rustig. Even diep in mijn geheugen graven … er waren – dacht ik – maar een paar hotelkamertjes boven de herberg en parkeren kon achter het hotel of aan de overkant bij de kapel. Soms was er geen plaats en dan verhuisde je naar het Wapen van Bronkhorst wat wel veel drukker was. Alleen het rechtergedeelte werd destijds gebruikt. Maar … dat zegt mijn geheugen over iets van 40 jaar geleden!
Het is nu groot met heel veel ruimte om toeristen te ontvangen maar zo te zien nog steeds sfeervol.


Genoeg over het verleden! Ik ga verder met ons rondje … langs de Herberg met aan het eind
“’t Hoge Huys of Ophemert dat dateert uit 1633. Dit is het voormalige ontvangsthuis van de Heren van Bronckhorst. Na de grote stadsbrand in 1633 is dit huis op de oude stadsmuurresten gebouwd. Dit was het woonhuis van Bernhard Buck, de rentmeester van Herman Otto I van Limburg Stirum. Hij was eigenaar van het kasteel. In 2000 werd het ’t Hoge Huys volledig gerestaureerd.“

en loop via de Kapelstraat langs de andere kant van de kapel terug. Rondom de kerk staan de ouderwetse huisjes en voormalig stadsboerderijen, opgetrokken uit baksteen met versierde gevels. Geen enkel exemplaar is gelijk en de meeste zijn erg fotogeniek. Veel huizen zijn ingericht als winkel, galerie/museum of horecagelegenheid.
“In 1344 richtten Gijsbert V van Bronckhorst en zijn vrouw Catharina van Leefdael nabij het kasteel een kapel op, gewijd aan Maria en Sint-Maarten. Ook schonken zij goederen aan de kapel ten bate van het levensonderhoud van de priester. Daarnaast kreeg hij jaarlijks twee manden vis uit de beek bij het kasteel. Op 19 januari 1345 vond een vernieuwde stichting plaats wat mogelijk duidt op een oudere (slot)kapel waar verder niets van bekend is. In 1360 vond onder Willem IV van Bronckhorst nogmaals een stichting van de kapel plaats. Nadien raakte de kapel in verval. Bij de verbouwing tot schoolgebouw in het jaar 1843 gingen veel middeleeuwse elementen verloren. In 1964 werd de kapel gerestaureerd en zoveel mogelijk in oude stijl teruggebracht.“



Rechtsaf via de Kasteelweg door het bos naar de heuvel waar ooit het Kasteel heeft gestaan. Twee grote stenen geven de oude toegang aan en via een trap kom je op het zes hectare grote slotheuvelgebied waar zich nog resten bevinden van de kasteelfundamenten.
“Kasteel Bronkhorst was het stamslot van de heren van Bronckhorst en was een van de belangrijkste kastelen in het graafschap Zutphen. Het kasteel was gelegen aan een strategische plek aan de IJssel ten zuiden van Zutphen. Onbekend is wanneer het kasteel gebouwd werd. Het is een zogenaamd mottekasteel; deze versterkingsvorm wordt traditioneel een ontstaan toegedicht ergens aan het eind van de 10e eeuw. In de middeleeuwen had het kasteel het zwaar te verduren door belegeringen, en tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd in 1582 het kasteel na een negen maanden lang Spaans beleg bezet en in brand gestoken. Nadien verbouwden de Limburg-Stirums het pand dermate dat er weer bewoning mogelijk was. In de 18e eeuw raakte het complex langzaam in verval, Frederik Albert liet de donjon nog restaureren, maar de rest zou in latere tijden stukje bij beetje worden gesloopt. Omstreeks 1848 was er nog een imposante toren aanwezig die in die tijd bewoond werd door een boer. In 1896 bestond nog een klein deel van het kasteel bestaande uit het voorgebouw, in die tijd in een vervallen toestand. Rond 1920 werden de laatste restanten van het kasteel Bronckhorst ten slotte gesloopt[2]. Van het kasteel rest alleen de opgeworpen slotheuvel bij het stadje Bronkhorst. De lege slotheuvel werd in 1962 door de erven Metelerkamp overgedragen aan de Staat der Nederlanden en wordt sindsdien beheerd door Staatsbosbeheer.“



Op de heuvel bevindt zich een geschiedenis tijdlijn.








Een heerlijk bankje nodigt uit om even aan de koffie te gaan en neem ik de tijd om het landgoed eens in me op te nemen.


Aan de andere kant loop ik het bosje weer uit, nog eens tukje onderaan de dijk om uit te komen bij het (kunst)gemaal.
“een karakteristiek gebouw gelegen aan de IJssel net buiten het stadje Bronkhorst. Het Kunstgemaal is de voormalige dienstwoning van gemaal De Grote Beek. Het is een gemeentelijk monument uit 1953, een prachtig voorbeeld van het naoorlogse Nieuwe Bouwen midden in het IJssellandschap. Hier worden jonge afgestudeerde talenten en kunstenaars samengebracht. Vanuit hun eigen disciplines reageren zij op het modernistische bouwwerk en de fraaie natuur.“




En dan ben ik op de dijk met een lange, rechte weg met in de verte de IJssel en geen mogelijkheid om daar dichterbij te komen want de paadjes die door Komoot worden aangegeven als zijnde toegankelijk om te lopen, blijken “verboden toegang” te zijn. Ook het pad dat ik heb uitgestippeld voor een wandeling van 6 km blijkt te eindigen in een maisveld en uiteindelijk loop ik ruim 7 – maar wel mooie – kilometers.








Maar wel met dank aan die extra kilometer kom ik langs het uitzichtpunt op “de Brummense Schans in de zomer van 1629″ …
“Gelegen langs de westelijke oever van de IJssel bij Leuvenheim in het Gelderse Brummen. De schans was onderdeel van een Staatse linie met schansen en forten die langs de gehele linkeroever van de IJssel lag, vanaf IJsseloord bij Arnhem tot aan Kampen.
Binnen de schans was een wachtpost en onderkomen voor een kleine groep soldaten waardoor de schans feitelijk dienstdeed als fort. Graaf Hendrik van den Bergh nam de schans in tijdens zijn Inval van de Veluwe in 1624 en viel vandaar plunderend het Kwartier van Veluwe binnen. De schans werd nadien door de Staatsen behoorlijk versterkt en uitgebreid tot en met de oostkant van de IJssel ten zuidwesten van Bronkhorst in het Graafschap Zutphen. Voor het laatst speelde deze schans een grote rol tijdens de inval van de Veluwe van 1629. Er werden toen Spaanse troepen onder Jan van Nassau gelegerd in Brummen en Empe om dit bruggenhoofd te verdedigen.”
En wat me op voor de zoveelste keer opvalt is dat fietsers rondom en in de verte blijven kijken en maar roepen hoe mooi het allemaal is maar hieraan voorbij rijden.

En dan kan ik eindelijk linksaf.
Inmiddels wel een beetje klaar met die rechte, verharde weg en zo te zien komen er nog wat totdat ik bij de Bronkhorster molen ben …
“De Bronkhorster Molen is een in 1844 gebouwde korenmolen. Deze beltmolen ligt aan de Spaensweertweg, even buiten Steenderen. Tot 1844 stond op deze plaats een standerdmolen die in de nacht van 17 op 18 mei dat jaar afbrandde. De heren van Bronkhorst hadden tot 1795 het recht op gebruik van de wind.“






En dan ligt daar dan toch in de verte al weer Bronkorst. Tijd voor ijs en ik ben ook al weer vlakbij de parkeerplaats.




De IJsselroute moet ik nog maar eens in heroverweging nemen. Geïrriteerde voeten en rug. Het is wel duidelijk dat ze door het missen van vering niet gewend zijn om zoveel kilometers over harde grond te lopen.
Al met al een mooie wandeling die ik zeker niet had willen missen.
Wat een prachtige voorstelling van Bronkhorst Neeltje. De naam was ik al ergens tegengekomen maar dank zijn jouw blog krijgt de naam nu ook een concreet beeld. Het lijkt me een zeer gezellige nederzetting waar een pitstop bijna een verplicht item dient te zijn.
Ja, je kunt er niet om heen en het was er rond 10 uur al heel druk, op de terrasjes, in de straten.
Wat een mooi en uitgebreid verslag heb je gemaakt. Bronkhorst is zeker een bezoek waard, ben er al verschillende keren geweest. Had het ook in de planning staan van deze paar dagen weg, maar is weer iets anders voor in de plaats gekomen. Andere keer maar weer 😊
Dank je. Ja, er is ook zoveel moois te zien in Nederland.
Prachtig uitgebreid verslag, zoveel te vertellen over zo’n klein stadje👍🔝📷.
Ook heb je een aantal mooie kilometers gemaakt 💪
Ja en dan heb ik het alleen nog maar over wat highlights. Een rijk stadje …. geschiedkundig dan.
Ja, de kilometers tellen weer lekker aan.